2023 Oudedagsreserve niet meer mogelijk
In het belastingplan van 2023 zal onder andere worden voorgesteld de Fiscale oudedagsreserve (hierna: FOR) af te schaffen. Dit zou betekenen dat per 1 januari 2023 niet verder gedoteerd mag worden aan de FOR.

De huidige situatie

Op dit moment kun je elk jaar onder voorwaarde aan de FOR doteren. Dit verlaagt het bedrag waarover dat jaar belasting betaald moet worden. Echter gaat het enkel om het uitstellen van de te betalen belasting. Op het moment dat je stopt met de onderneming valt de FOR vrij en heb je de optie om lijfrente aan te schaffen ter hoogte van de FOR of erover af te rekenen bij de Belastingdienst. Ondernemers die geen rekening hebben gehouden met het belastinguitstel die ze gedurende het ondernemen hebben genoten kunnen daardoor met een hoge belastingclaim te maken krijgen.

Afschaffing van de FOR

Door de afschaffing van de FOR wordt dit in de toekomst verholpen. Alle ondernemers die op dit moment over een FOR beschikken mogen deze namelijk op de balans laten staan. Echter mag dit bedrag niet worden verhoogd. Als ondernemer mag je er wel voor kiezen om de fiscale oudedagsreserve af te bouwen en deze (gedeeltelijk) in een lijfrente te storten.

Nieuwe wetgeving: Wet toekomst pensioenen

In de nieuwe wetgeving, Wet toekomst pensioenen, wordt de ruimte vergroot om via lijfrente fiscaal gefaciliteerd een oudedagsvoorziening op te bouwen. Op dit moment is de lijfrenteruimte nog 13,3% van de premiegrondslag, dit zal worden verhoogd naar 30% van de premiegrondslag. De premiegrondslag in 2023 bestaat uit alle lonen, uitkeringen, resultaat uit overige werkzaamheden en winst voor ondernemersaftrek uit 2022. Anders dan bij de FOR moet dit geld wel daadwerkelijk worden betaald aan lijfrentepremie. Deze premie wordt dan in de aangifte inkomstenbelasting van dat jaar verminderd op het belastbare bedrag. Op het moment dat de lijfrente als inkomen wordt genoten moet hierover vervolgens belasting betaald worden.

Welke vormen van lijfrente opbouwen zijn er?

Er zijn twee vormen waarin lijfrente opgebouwd kan worden, namelijk bij een bank of beleggingsinstelling met banksparen of bij een verzekeraar met een lijfrenteverzekering.

Hieronder de verschillen tussen de twee lijfrentevormen:

Banksparen

  • De lijfrente is afgesloten voor een bepaald aantal jaar, niet levenslang;
  • Rente kan worden vastgelegd voor een zelf te bepalen aantal jaren;
  • Bij faillissement van de bank valt de lijfrente onder de depositogarantie;
  • Bij overlijden van de rekeninghouder valt het saldo op de lijfrenterekening in de erfenis.

Lijfrenteverzekering

  • Lijfrente kan voor een aantal jaar of levenslang worden afgesloten, bij levenslang kan dit merkbaar zijn in de premiehoogte;
  • Er kan gekozen worden voor rendementsgarantie;
  • Er is geen garantie bij faillissement;
  • Bij overlijden vervalt de verzekering zonder uitkering (tenzij er een overlijdensrisicoverzekering is opgenomen).

Denk vooruit

Om de afrekening bij het stoppen van de onderneming te voorkomen kan ervoor gekozen worden de FOR af te bouwen door deze in een lijfrente te storten. Echter zal die premie dan wel daadwerkelijk betaald moeten worden en zal hiervoor niet nogmaals belastingaftrek genoten kunnen worden. Daarnaast is het, ook al lijkt het misschien ver weg, belangrijk om tijdig te denken aan het opbouwen van een inkomen na je pensioengerechtigde leeftijd. Door het afsluiten van een lijfrente is dit niet alleen fiscaal voordelig maar ook fijn in de toekomst!

Wil je meer weten? Plan een fiscaal adviesgesprek!

Wil je ondersteuning bij de overgang van de FOR naar de nieuwe situatie of hier meer over weten? Onze fiscaal adviseurs staan voor je klaar. Plan vandaag een adviesgesprek door contact met ons op te nemen.